Vorige maand, op 1 april jl. zijn er een aantal wijzigen in werking getreden op het gebied van de archeologieregelgeving.

De belangrijkste van deze wijzigingen betreffen de regelgeving met betrekking tot de archeologienota en de verhoging van de premie voor buitensporige kosten indien er sprake is van een verplichte opgraving.

Wat houdt de archeologienota in?

Bij het uitvoeren van een bouwproject waarvoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of het verkavelen van grond nodig is, is het in sommige gevallen verplicht om een archeologienota aan de omgevingsvergunningsaanvraag toe te voegen.

Het Onroerenderfgoeddecreet en het bijbehorend Onroerenderfgoedbesluit vormen sinds 2015 de juridische grondslag voor monumenten, stads- of dorpsgezichten, landschappen en archeologisch erfgoed en vervangen het vroegere Monumentendecreet, het Landschapsdecreet en het Archeologiedecreet wat betreft monumenten en landschappen. Op het gebied van archeologisch erfgoed is het decreet van toepassing sinds juni 2016.

Conform dit Onroerenderfgoeddecreet is de aanvrager van een stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning in sommige gevallen dus verplicht om een bekrachtigde archeologienota bij de vergunningsaanvraag te voegen. Dit houdt in dat er voorafgaand aan de vergunningsaanvraag een archeologisch vooronderzoek moet worden uitgevoerd door een erkende archeoloog. In de oude situatie, voor 1 april 2019, werd er op basis van dit archeologisch onderzoek door de archeoloog een archeologienota opgesteld waarin staat vermeld of er al dan niet archeologisch erfgoed aanwezig is, evenals maatregelen hoe hiermee om te gaan. Vervolgens werd deze nota ter bekrachtiging ingediend bij het agentschap Onroerend Erfgoed of de Onroerenderfgoedgemeente.

Wat betekent de nieuwe situatie?

Zoals vermeld kon een archeologienota voorheen slechts aan een vergunningsaanvraag worden toegevoegd nadat er een bekrachtiging door het agentschap Onroerend Erfgoed of de Onroerenderfgoedgemeente had plaatsgevonden. Voor de bekrachtiging hadden de instanties 21 dagen de tijd.

In de nieuwe situatie is er niet langer sprake van een bekrachtiging, maar volstaat een meldingsplicht. Archeologienota’s hoeven dus niet langer te worden bekrachtigd, maar volstaat er een door een erkende archeoloog opgemaakte nota. Het proces is hierdoor aanzienlijk soepeler geworden. Ook de rol van het agentschap en Onroerenderfgoedgemeente is daardoor veranderd. Deze dienen binnen 15 dagen na de melding, na te gaan of de archeologienota conform de code van goede praktijk is opgesteld. Als dit zo is, dan gaat men over tot aktename.  

Premieverhoging

Naast deze procedurele wijziging, wordt ook de premie voor buitensporige opgravingskosten verhoogd. Voorheen was dit 40% en is nu verhoogd naar 80%. Deze premie is alleen van toepassing als er sprake is van een verplicht archeologisch onderzoek. Naast een verhoging van deze premie, komt er een aparte premie voor vooronderzoek met ingreep in de bodem.

Wel of geen archeologienota nodig

Of de toevoeging van een archeologienota aan een vergunningsaanvraag noodzakelijk is, hangt af van een aantal factoren, zoals de ligging (binnen of buiten een beschermde archeologische zone), de totale oppervlakte van de betrokken percelen en de geplande bodemingrepen, de ruimtelijke bestemming etc.

Indien u wilt weten of u een archeologienota nodig heeft of als u ondersteuning nodig heeft bij het aanvraagproces, kunnen wij u hierbij  begeleiding bieden en u de administratieve taken uit handen nemen. Neem contact op om uw project te bespreken.

Bekijk onze projecten